Velden zijn niet correct ingevuld
Over

DISC en communicatiestijlen

Spreek jij de DISC-taal van je collega's?

Soms heb je het gevoel dat je collega’s je niet lijken te begrijpen, terwijl jij jezelf glashelder vindt. Het gaat niet om taal als Nederlands of Engels, maar om jouw manier van communiceren. En als jullie communicatiestijlen verschillen, wordt het pas écht lastig.

Waar komen die verschillen vandaan?

Binnen het DISC-model onderscheiden we vier gedragsstijlen, elk met hun eigen tempo en focus:

  • Rood (Dominant) – snel, direct, taakgericht

  • Geel (Invloedrijk) – energiek, sociaal, mensgericht

  • Groen (Stabiel) – rustig, harmonieus, mensgericht

  • Blauw (Consciëntieus) – nauwkeurig, feitelijk, taakgericht

Je communicatiestijl is altijd een combinatie van deze stijlen, maar meestal overheerst er één.


Zo herken je de stijlen — verbaal én non-verbaal

D-stijl (Rood) – kort en krachtig

Verbaal: snelle, directe taal, weinig woorden en to the point.
Non-verbaal: stevige handdruk, grote gebaren, directe blik.

I-stijl (Geel) – enthousiast en betrokken

Verbaal: spontaan, veel woorden, vol verhalen en ideeën (hak op de tak).
Non-verbaal: veel glimlachen, open houding, oogcontact.

S-stijl (Groen) – rustig en empathisch

Verbaal: zachte taal, evenwichtige zinnen.
Non-verbaal: ontspannen houding, luistert goed, warme toon.

C-stijl (Blauw) – gestructureerd en feitelijk

Verbaal: feitelijke, gedetailleerde taal.
Non-verbaal: ingetogen houding, rustige lichaamstaal, nauwkeurig oogcontact.

Do’s & Don’ts: Communiceer effectief per stijl

D-stijl (rood)

Do: Kom direct ter zake. Geef snelle keuzes.

Don't: Vermijd lang verhaal. Geen smalltalk.

I-stijl (geel)

Do: Gebruik enthousiasme. Start met luchtigheid en geef ruimte voor social talk.

Don't: Vermijd alleen feiten en droogheid.

S-stijl (groen)

Do: Wees vriendelijk en geduldig. Vraag naar hun mening.

Don't: Zet ze niet onder druk en schuiven van beslissingen.

C-stijl (blauw)

Do: Onderbouw met feiten. Structureer je boodschap.

Don't: Vermijd vaagheid en onvoorbereid zijn.

Hoe pas je je aan?

  1. Observeer hoe je collega communiceert — let op tempo, woordkeuze, lichaamshouding.

  2. Pas je stijl aan — niet veranderen wie je bent, maar je boodschap vormgeven.

  3. Experimenteer bewust — welke aanpak werkt het beste bij jouw collega?

Conclusie

Echte communicatie is niet wat je zegt, maar hoe je het brengt. Wanneer je je aanpast aan de stijl van de ander, snapt de ander je echt en maak je echt contact. Dat maakt samenwerking soepeler, effectiever én aangenamer.



Naar blogoverzicht